Hallo Witte Mensen

Op een luie zomermiddag lees ik het boek “Hallo witte mensen”, van Anousha Nzume, een vrouw die me vertelt over mijn “witte privilege”.

Ze maakt korte metten met de gevoeligheid, vijandigheid en slappe excuses van mij en mijn witte, hoogopgeleide medemens. Vanuit mijn aangename hangmat in  de  tuin lees ik over de ophef en de gevoeligheid rond de Zwarte Pietdiscussie, de huidige summiere aandacht voor ons slavernij verleden en de vele vooroordelen en stigma’s waar mijn medemens van kleur mee wordt geconfronteerd. Institutioneel racisme bestaat, en niet zo’n beetje ook, en al lezend doe ik mijn best om me in haar te verplaatsen.

Later die middag, op het bankje voor ons huis, op het warmste moment van de dag, hijs ik onze oudste zoon voor de zoveelste keer in zijn skeelers en help met zijn helm en zijn elleboog, pols- en kniebeschermers. Na twee volle minuten skeeleren commandeert hij me: “Mama, ik wil nu dat je mijn schoenen aan doet en mijn fiets pakt!”

“Ik ben je slaafje niet!”, is eruit voordat ik het door heb. “Mama, wat is slaafje?” Op deze vraag weet ik zo één twee drie geen antwoord,  ik mompel wat en leid hem af met een grote chocolade Cornetto.

De volgende dag reis ik per metro naar een gezin van West- Afrikaanse afkomst, Islamitisch van geloof, met vijf jonge opgroeiende kinderen. Ik slenter langs de vele belwinkels, die ik op weg naar hun huis tegenkom, krijg hier en daar een nieuwsgierige blik van hangende donkere mannen op scooters, en ruik heerlijk gebraden kip.

De flat is meer dan twintig etages hoog en toornt imposant uit boven het groene gras. Ik druk op de bel met huisnummer 1348 en hoor het geluid van de intercom. Een deur gaat open. Bij de lift, die zijn tijd lijkt te nemen, staat al een hele groep mensen te wachten. Ik sluit me aan bij de rij en stap als laatste bij hen de lift in. De lift is klein, oogt oud en slecht onderhouden en ik voel dat ik met beide blote bovenarmen mijn bezwete buurman en buurvouw aanraak. De lift is propvol. Mijn haar is hoogblond, om mij heen heeft iedereen kroeshaar en draagt een dame een hoofddoek.

Als ik bij huisnummer 1348 aankom en aanbel, doet direct een prachtige kleurrijk geklede donkere dame de deur open. Ze stelt zich voor als de moeder. Ik mag mijn schoenen aanhouden en op haar imposante gele lederen bank gaan zitten. Voor mij staat een immens groot TV-scherm. In het midden van de kamer staat een glazen eettafel met daarbij behorende witte lederen eetkamer stoelen, met het beschermplastic er nog op. Er hangen witte papieren vellen vol geschreven met regels en afspraken: “Wij schreeuwen, slaan en schoppen niet”, en: “Sokken moeten in de schoenen.” Een beloningskaart voor een van haar kinderen is volgeplakt met felgekleurde stickers.

De moeder loopt naar een ander vertrek, komt terug met een hoofddoek op en een bidkleed onder haar arm, legt dit kleed, zonder iets te zeggen, op de grond; ze gaat op haar knieën zitten met haar rug naar me toe. En gaat bidden. Ik check ondertussen even mijn nog niet eerder geopende whatsappjes.

Als ze klaar is, open ik het gesprek over de recente zorgmeldingen die binnen zijn gekomen vanuit de naschoolse opvang waar haar kinderen naartoe gaan. Haar dochter heeft aan haar leidster verteld dat zij, samen met haar zusjes, met haar armen  horizontaal een half uur met haar rug tegen de muur moest staan. Haar zoontje heeft diezelfde week verteld dat hij zijn huishoudelijke taakje niet op tijd had gedaan en dat hij als straf door de vader tegen de glazen tafel was gegooid. Ook zou een kind tikken op de billen hebben gekregen.

Ze is rustig en spreekt in prachtig Nederlands over de worsteling waar zij midden in zit, de spagaat tussen de Westerse wetgeving en de Afrikaanse opvoedstijl. Over de invloed van haar familie die respect van kinderen naar volwassenen hoog in het vaandel heeft staan en waar een tik, lijfstraf of pak slaag een prima hulpmiddel wordt gevonden om dat respect bij de kinderen bij te brengen. En dat zij het zo graag anders wil gaan doen, maar dat het haar niet lukt om dit in haar eentje te veranderen.

Als ik haar voorstel om op zeer korte termijn samen te komen met haar familie, vrienden, de school en de hulpverlening om gezamenlijk een veiligheidsplan te maken, begint ze onbedaarlijk en aanstekelijk hard te lachen. Ik ben verrast en vraag haar wat er zo grappig is. “Als ik ze vraag om te komen praten over mijn problemen bij de opvoeding en ik vertel dat een witte vrouw dit gaat leiden, dan komen ze niet.”

Kijk, dat is nog eens eerlijke taal.

Ik ben blij dat ze het zegt, maar ik heb helaas geen beschikbare collega’s van kleur, vertel ik haar. Dus vraag ik haar wat ik kan doen om het voor haar en haar netwerk minder ongemakkelijk te maken. Ze weet het niet goed, zegt ze, en vertelt me de ervaringen van haar en haar familie met de asielprocedures en de gesprekken met witte mensen. Ik toon begrip, al kan ik me van dat alles natuurlijk geen voorstelling maken, weet ik inmiddels met mijn “witte privilege”. We drinken samen een kopje mierzoete thee. Als ik wegga belooft ze me haar best te doen om haar familie te motiveren om te komen.

Vijf dagen later loop ik opnieuw langs de belwinkeltjes, gegrilde kip en donkere hangende mannen op scooters. Stap ik weer als enige blondine in een lift vol flat- bewoners van kleur en bel aan op huisnummer 1348. Als ik de huiskamer binnen stap geef ik haar man, neef, nicht, vriendin, oom, tante en zus, allen zittend op de gele lederen bank, een hand. Tegenover de bank staat één witte lederen eetkamerstoel met het beschermplastic er nog op. De moeder zegt me dat ik daar mag plaatsnemen. Dat doe ik dan maar ongemakkelijk.

Zelden voelde ik me zo lichtgevend wit.

  1 comment for “Hallo Witte Mensen

  1. maart 21, 2018 at 10:41 pm

    Dit artikel is geweldig, ik ga het delen op Facebook 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *