1984

 

Ik word wakker van voetstapjes op de betonvloer en hoor dat onze slaapkamerdeur zachtjes open gaat. Mijn oudste zoon staat naast me, zijn regelmatige lieve ademhaling ken ik uit duizenden. Ik doe een oog open en glimlach slaperig. “Dag schatje”, zeg ik. Het voelt als middernacht, ik grijp onder mijn kussen en pak mijn iPhone, 6:28. Jammer, het is gewoon tijd om op te staan. Mijn vent is nog in diepe slaap. Ik realiseer me dat ik jarig ben. De dag dat de zomer begint.

“Mama, ikke wakker!” hoor ik aan de andere kant van ons souterrain. Onze jongste zoon is ook ontwaakt. Mijn vent opent verkreukeld zijn ogen en kust me, “gefeliciteerd”. Over een tijdje neemt hij me mee uit varen en slapen we aan het IJ. In het Mandelahuisje. Lief.

Ik verschoon een luier, poets tanden, er passeert een woedebui of twee, ik vergeet de broodtrommel en het rugzakje van de oudste, scoren een verantwoorde lunch bij de verantwoorde Ekoplaza, zing onze zelfverzonnen liedjes op de fiets en lever de mannen net op tijd af bij  de juiste juffies. Ik spring op de fiets, doe mijn oortjes   in en op weg naar mijn eerste afspraak heb ik overleg met verschillende collega’s over uiteenlopende casussen. Ik heb een hekel aan bellen op de fiets en ik houd ook niet van oortjes in. Maar de hectiek van deze week maakt dat ik elk moment probeer te benutten. Principes zijn er om op bepaalde dagen overboord te gooien. Het is 8:30 en al behoorlijk warm. Het is spitsuur op de belangrijke fietspaden. Ondertussen steggel ik met diverse instanties over een pubermeisje waar ik me  over  ontferm  waarvan ik vind dat zij geplaatst moet worden in een gesloten jeugdinrichting.

Dan arriveer ik op het metrostation, net op tijd om de metro te halen. Eerst koffie, denk ik, ik ben tenslotte jarig. Ik koop bij mijn favoriete ondergrondse koffietent een pak koekjes als traktatie  voor  mijn  collega’s  en een cappuccino voor mijzelf. Dan mis ik toch op het nippertje mijn metro. Als ik even later rustig zit, grijp ik mijn telefoon en lees ik lieve verjaardagsberichtjes. Op de meeste schrijf ik “dank je wel”, en “we drinken er gauw een borrel op”. Twee berichtjes ontroeren me.

Het bericht van een van mijn beste vriendinnen, die me zo ongelofelijk goed kent en me alles wenst wat er nu ook daadwerkelijk door mijn hoofd zou gaan als ik, zoals mijn kinderen vaak doen, de pluisjes van een paardenbloem zou blazen. En mijn moeder schrijft hoe zij 33 jaar geleden in haar kraambed lag, met mij op haar borst en hoe mijn vader, op een aantal meter afstand, het goede nieuws van mijn geboorte verkondigde met iets van “meisje” en “gezond” en dat ze dan steeds bij die woorden moest huilen van blijdschap.

Dan ga ik van het ene overleg naar het andere huis- bezoek. Ik doe een poging om ontspannen te lunchen met mijn zus. Dat “ontspannen” lukt niet. Tussendoor gaat mijn telefoon voortdurend.

Als ik mijn fiets van het slot haal word ik gebeld. Mijn collega Nancy vertelt me dat een van onze jongeren heeft aangegeven misbruikt te worden en dat het van top tot teen onderzoek heeft uitgewezen dat het daadwerkelijk zo is. “Dus toch”, stamel ik. “Godsamme, we wisten het.” Ik laat mijn fiets met de sleutel in het slot staan en ga even zitten op een muurtje. We moeten een plan maken hoe nu verder.

Even later zit ik weer in een metro. En even is het stil om me heen. Ik denk aan mijn geboortejaar, 1984. Vandaag ben ik 33 jaar geworden. Hij werd in hetzelfde jaar geboren. Hij werd 32 jaar.

Achter mijn zonnebril snik ik grote tranen weg. Wat mis ik hem. Wat ontzettend jammer dat hij me vandaag geen lief berichtje stuurt of aanwaait voor een borrel met een ongeorganiseerd cadeau en een warme, naar sigaretten ruikende knuffel.

Tijdens mijn laatste huisbezoek, het is inmiddels 18:30, belt mijn vent mij op. Ik loop naar de keuken en neem de telefoon op. Hij vraagt me waar ik blijf. Ik zeg hem dat ik nog bezig ben. “Je bent jarig, kom naar huis”, zegt hij. Ineens voel ik hoe doodop ik ben. “Excuses, ik moet naar mijn kinderen”, zeg ik. Het gezin en mijn collega hebben alle begrip. Ik vertrek.

Als ik thuiskom hangen er overal slingers. Mijn vent kookt. Er liggen ballonnen door ons hele huis. Een boeket kleurrijke bloemen staat op de aanrecht. Beneden hoor ik mijn jongste roepen: “Mama, jarig!” Ja ventje, ik ben zeker jarig.

1984 is ons jaar.

  3 comments for “1984

  1. May
    juni 22, 2017 at 9:49 pm

    Wat ’n dag!
    En dat bij die extreme hitte.

    Als je ’s avonds de balans opmaakt van ’n “gewone” werkdag (dus niet je verjaardag), waar kom je dan op uit?
    Is het gekkenwerk of liefdewerk? Is het vechten tegen de bierkaai of voor kinderen in de bres springen? Is het redden wat er te redden valt of het verzachten van pijn?

    Chapeau voor je werk.
    Chapeau voor je verhaal.
    Ik ben fan van je blogs.

  2. Devi
    juni 25, 2017 at 9:30 pm

    Lieverd,
    je bent echt een zomercadeau…
    een rijk mens!
    Ik ben blij jou te mogen kennen….

  3. Simone
    juni 26, 2017 at 12:16 pm

    Wat een mooi stukje! Leven en werken!!! Meer dan 100%! Je doet het goed Eva! Geniet van de zomer! En van je 34ste levensjaar!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *